Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: overmeesteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overmeesterend
Past participle - Verleden deelwoord: overmeesterd
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | overmeester |
| jij | overmeestert |
| hij | overmeestert |
| wij | overmeesteren |
| jullie | overmeesteren |
| zij | overmeesteren |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb overmeesterd |
| jij | hebt overmeesterd |
| hij | heeft overmeesterd |
| wij | hebben overmeesterd |
| jullie | hebben overmeesterd |
| zij | hebben overmeesterd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | overmeesterde |
| jij | overmeesterde |
| hij | overmeesterde |
| wij | overmeesterden |
| jullie | overmeesterden |
| zij | overmeesterden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had overmeesterd |
| jij | had overmeesterd |
| hij | had overmeesterd |
| wij | hadden overmeesterd |
| jullie | hadden overmeesterd |
| zij | hadden overmeesterd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal overmeesteren |
| jij | zult overmeesteren |
| hij | zal overmeesteren |
| wij | zullen overmeesteren |
| jullie | zullen overmeesteren |
| zij | zullen overmeesteren |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal overmeesterd hebben |
| jij | zult overmeesterd hebben |
| hij | zal overmeesterd hebben |
| wij | zullen overmeesterd hebben |
| jullie | zullen overmeesterd hebben |
| zij | zullen overmeesterd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou overmeesteren |
| jij | zou overmeesteren |
| hij | zou overmeesteren |
| wij | zouden overmeesteren |
| jullie | zouden overmeesteren |
| zij | zouden overmeesteren |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou overmeesterd hebben |
| jij | zou overmeesterd hebben |
| hij | zou overmeesterd hebben |
| wij | zouden overmeesterd hebben |
| jullie | zouden overmeesterd hebben |
| zij | zouden overmeesterd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'overmeesteren'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'overmeesteren'
veresteren,
vermeerderen,
verwesteren,
begeesteren,
fermenteren,
meesteren,
mismeesteren,
overeenstemmen,
overgenereren,
overleveren,
Translations
best, to beat
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
[...] eenige gedachte tot God gerigt, of over het gepaste mijner handelingen nagedacht had. Eene zekere dofheid van geest, zonder verlangen naar het goede, zonder bewustheid van het kwade, had mij geheel overmeesterd, en ik was een van de verhardste, meest gedachtenlooze en bedorvene wezens die men onder de matrozen kan ontmoeten, die niet het minste gevoel der vreeze Gods had, in gevaren, of van dankbaarheid [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] (de riemen, mast, zeil en roer hadden wij, gelijk ik gezegd heb, er reeds vroeger uitgenomen ), hakten wij een groot gat in den bodem, zoodat als zij in te groot getal voor ons kwamen, om hen te overmeesteren, zij toch de boot niet konden medenemen. Ik had er weinig gedachten op, dat wij in staat zouden zijn het schip te herwinnen; maar ik begreep, dat als zij vertrokken zonder de boot mede te nemen, het [...]
(Robinson Crusoe)
-
Toen de kapitein bij mij kwam, deelde ik hem mijn ontwerp om het schip te overmeesteren mede, waarmede hij van harten instemde, en wij besloten het den volgenden morgen ten uitvoer te brengen. Ten einde het echter te geruster en goed doordacht te verrigten, zeide ik hem, dat wij de [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From over- + meester + -en.
Additional Information