Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: opstaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opstaand
Past participle - Verleden deelwoord: opgestaan
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | sta op |
| jij | staat op |
| hij | staat op |
| wij | staan op |
| jullie | staan op |
| zij | staan op |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | ben opgestaan |
| jij | bent opgestaan |
| hij | is opgestaan |
| wij | zijn opgestaan |
| jullie | zijn opgestaan |
| zij | zijn opgestaan |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | stond op |
| jij | stond op |
| hij | stond op |
| wij | stonden op |
| jullie | stonden op |
| zij | stonden op |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | was opgestaan |
| jij | was opgestaan |
| hij | was opgestaan |
| wij | waren opgestaan |
| jullie | waren opgestaan |
| zij | waren opgestaan |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal opstaan |
| jij | zult opstaan |
| hij | zal opstaan |
| wij | zullen opstaan |
| jullie | zullen opstaan |
| zij | zullen opstaan |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal opgestaan zijn |
| jij | zult opgestaan zijn |
| hij | zal opgestaan zijn |
| wij | zullen opgestaan zijn |
| jullie | zullen opgestaan zijn |
| zij | zullen opgestaan zijn |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou opstaan |
| jij | zou opstaan |
| hij | zou opstaan |
| wij | zouden opstaan |
| jullie | zouden opstaan |
| zij | zouden opstaan |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou opgestaan zijn |
| jij | zou opgestaan zijn |
| hij | zou opgestaan zijn |
| wij | zouden opgestaan zijn |
| jullie | zouden opgestaan zijn |
| zij | zouden opgestaan zijn |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'opstaan'
aanstaan,
achterstaan,
afstaan,
bestaan,
bijstaan,
doorstaan,
gelijkstaan,
instaan,
ontstaan,
openstaan,
opstaan,
staan,
stilstaan,
terechtstaan,
toestaan,
uitstaan,
vaststaan,
verstaan,
vrijstaan,
weerstaan, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'opstaan'
opslaan,
afstaan,
bestaan,
instaan,
omslaan,
ontstaan,
openstaan,
opgaan,
staan,
toestaan,
Translations
arise, get up, stand up
rebel, to resist or become defiant towards
rise, to be resurrected
Sample Sentences
-
[...] dat op eene mijl ongeveer voor ons lag, aan het zinken was. Twee anderen, die van hunne ankers geslagen waren, waren in zee gedreven, ten speelbal van wind en golven, daar geen hunner een mast had opstaan. De ligtste vaartuigen hadden het minst te lijden, doch van deze sloegen eenigen los en kwamen digt langs ons heen, terwijl zij met de fok alleen bijgezet, voor den wind afliepen.
(Robinson Crusoe)
-
[...] want had ik een verkeerd merk op mijn almanak gezet, dan zou ik meer dagen verloren hebben. Dit zij zoo het wil, toen ik wakker werd was ik uiterst verkwikt, en mijn geest vlug en opgeruimd. Toen ik opstond was ik veel beter dan den vorigen dag en mijne maag ook, want ik had honger en om kort te gaan ik had den volgenden dag geene koorts, maar bleef aan de beterhand. Dit was den 29en. Den 30en was het [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] was de hitte zelfs nog heviger. Bovendien was zulk een scherm voor mij even nuttig voor den regen als voor de zon. Ik gaf mij ontzettende moeite, en het duurde lang voor ik iets maken kon, dat opstond. Toen ik eindelijk dacht er achter te zijn, mislukten er nog twee of drie, maar eindelijk had ik er een die tamelijk naar mijn zin was. De grootste moeijelijkheid was om te maken, dat het neêr [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] rozijnen. Hij zag mij aan met een gelaat, waarop de dankbaarheid ten duidelijkste te lezen stond, maar was zoo zwak, niettegenstaande hij zich in het gevecht zoo dapper geweerd had, dat hij niet opstaan kon; hij beproefde het twee of drie malen, maar kon niet op de been komen; zijne enkels waren zoo gezwollen en zoo pijnlijk, dat ik hem verzocht te blijven zitten en Vrijdag gelastte zijne beenen te [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] in de andere gestort zien. " Gij weet, " zeide hij, " dat schoon de kinderen Israëls zich eerst verheugden over hunne verlossing uit Egypte, zij echter tegen God zelf, die hun verlost had, opstonden, toen zij in de woestijn aan brood gebrek leden. "
(Robinson Crusoe)
-
[...] andere list de matrozen in de boot aan land lokken. Wij wachtten eene lange poos, zeer ongerust en zeer verlangend hen te zien vertrekken. Eindelijk zagen wij hen na eene lange beraadslaging, allen opstaan en naar het strand gaan. Het schijnt, dat zij zoo bevreesd waren voor de gevaren van dit eiland, dat zij besloten hadden naar boord terug te keeren, hunne verloren makkers in de steek te laten en [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch opstâen, from Old Dutch upstān. Equivalent to op + staan. Cognate with German aufstehen. See: German, old spelling '
aufstehen'.
Verbs referencing "opstaan"
German, old spelling
aufstehen, English
upstand.
Additional Information