ontwoekeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontwoekeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontwoekeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontwoekerend
Past participle - Verleden deelwoord: ontwoekerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontwoeker
jijontwoekert
hijontwoekert
wijontwoekeren
jullieontwoekeren
zijontwoekeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontwoekerd
jijhebt ontwoekerd
hijheeft ontwoekerd
wijhebben ontwoekerd
julliehebben ontwoekerd
zijhebben ontwoekerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontwoekerde
jijontwoekerde
hijontwoekerde
wijontwoekerden
jullieontwoekerden
zijontwoekerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontwoekerd
jijhad ontwoekerd
hijhad ontwoekerd
wijhadden ontwoekerd
julliehadden ontwoekerd
zijhadden ontwoekerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontwoekeren
jijzult ontwoekeren
hijzal ontwoekeren
wijzullen ontwoekeren
julliezullen ontwoekeren
zijzullen ontwoekeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontwoekerd hebben
jijzult ontwoekerd hebben
hijzal ontwoekerd hebben
wijzullen ontwoekerd hebben
julliezullen ontwoekerd hebben
zijzullen ontwoekerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontwoekeren
jijzou ontwoekeren
hijzou ontwoekeren
wijzouden ontwoekeren
julliezouden ontwoekeren
zijzouden ontwoekeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontwoekerd hebben
jijzou ontwoekerd hebben
hijzou ontwoekerd hebben
wijzouden ontwoekerd hebben
julliezouden ontwoekerd hebben
zijzouden ontwoekerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontwoeker

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Equivalent to ont- (“un-”) + woekeren (“to overgrow”).

Additional Information