ontkorrelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontkorrelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontkorrelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontkorrelend
Past participle - Verleden deelwoord: ontkorreld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontkorrel
jijontkorrelt
hijontkorrelt
wijontkorrelen
jullieontkorrelen
zijontkorrelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontkorreld
jijhebt ontkorreld
hijheeft ontkorreld
wijhebben ontkorreld
julliehebben ontkorreld
zijhebben ontkorreld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontkorrelde
jijontkorrelde
hijontkorrelde
wijontkorrelden
jullieontkorrelden
zijontkorrelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontkorreld
jijhad ontkorreld
hijhad ontkorreld
wijhadden ontkorreld
julliehadden ontkorreld
zijhadden ontkorreld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontkorrelen
jijzult ontkorrelen
hijzal ontkorrelen
wijzullen ontkorrelen
julliezullen ontkorrelen
zijzullen ontkorrelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontkorreld hebben
jijzult ontkorreld hebben
hijzal ontkorreld hebben
wijzullen ontkorreld hebben
julliezullen ontkorreld hebben
zijzullen ontkorreld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontkorrelen
jijzou ontkorrelen
hijzou ontkorrelen
wijzouden ontkorrelen
julliezouden ontkorrelen
zijzouden ontkorrelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontkorreld hebben
jijzou ontkorreld hebben
hijzou ontkorreld hebben
wijzouden ontkorreld hebben
julliezouden ontkorreld hebben
zijzouden ontkorreld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontkorrel

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From korrel (“grain, pellet”) + ont- -en (privative verb-forming circumfix).

Additional Information