ontbolsteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontbolsteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontbolsteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontbolsterend
Past participle - Verleden deelwoord: ontbolsterd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontbolster
jijontbolstert
hijontbolstert
wijontbolsteren
jullieontbolsteren
zijontbolsteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontbolsterd
jijhebt ontbolsterd
hijheeft ontbolsterd
wijhebben ontbolsterd
julliehebben ontbolsterd
zijhebben ontbolsterd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontbolsterde
jijontbolsterde
hijontbolsterde
wijontbolsterden
jullieontbolsterden
zijontbolsterden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontbolsterd
jijhad ontbolsterd
hijhad ontbolsterd
wijhadden ontbolsterd
julliehadden ontbolsterd
zijhadden ontbolsterd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontbolsteren
jijzult ontbolsteren
hijzal ontbolsteren
wijzullen ontbolsteren
julliezullen ontbolsteren
zijzullen ontbolsteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontbolsterd hebben
jijzult ontbolsterd hebben
hijzal ontbolsterd hebben
wijzullen ontbolsterd hebben
julliezullen ontbolsterd hebben
zijzullen ontbolsterd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontbolsteren
jijzou ontbolsteren
hijzou ontbolsteren
wijzouden ontbolsteren
julliezouden ontbolsteren
zijzouden ontbolsteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontbolsterd hebben
jijzou ontbolsterd hebben
hijzou ontbolsterd hebben
wijzouden ontbolsterd hebben
julliezouden ontbolsterd hebben
zijzouden ontbolsterd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontbolster

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From bolster (“husk, bur”) + ont- -en (privative verb-forming circumfix).

Additional Information