omvouwen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of omvouwen

The word "omvouwen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: omvouwen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: omvouwend
Past participle - Verleden deelwoord: omgevouwd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvouw om
jijvouwt om
hijvouwt om
wijvouwen om
jullievouwen om
zijvouwen om

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb omgevouwd
jijhebt omgevouwd
hijheeft omgevouwd
wijhebben omgevouwd
julliehebben omgevouwd
zijhebben omgevouwd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvouwde om
jijvouwde om
hijvouwde om
wijvouwden om
jullievouwden om
zijvouwden om

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad omgevouwd
jijhad omgevouwd
hijhad omgevouwd
wijhadden omgevouwd
julliehadden omgevouwd
zijhadden omgevouwd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal omvouwen
jijzult omvouwen
hijzal omvouwen
wijzullen omvouwen
julliezullen omvouwen
zijzullen omvouwen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal omgevouwd hebben
jijzult omgevouwd hebben
hijzal omgevouwd hebben
wijzullen omgevouwd hebben
julliezullen omgevouwd hebben
zijzullen omgevouwd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou omvouwen
jijzou omvouwen
hijzou omvouwen
wijzouden omvouwen
julliezouden omvouwen
zijzouden omvouwen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou omgevouwd hebben
jijzou omgevouwd hebben
hijzou omgevouwd hebben
wijzouden omgevouwd hebben
julliezouden omgevouwd hebben
zijzouden omgevouwd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvouw om

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information