misdoen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of misdoen

The word "misdoen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: misdoen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: misdoend
Past participle - Verleden deelwoord: misdod

Cognates

See the 2 cognates of misdoen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmisdo
jijmisdot
hijmisdot
wijmisdoen
julliemisdoen
zijmisdoen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb misdod
jijhebt misdod
hijheeft misdod
wijhebben misdod
julliehebben misdod
zijhebben misdod

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmisdode
jijmisdode
hijmisdode
wijmisdoden
julliemisdoden
zijmisdoden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad misdod
jijhad misdod
hijhad misdod
wijhadden misdod
julliehadden misdod
zijhadden misdod

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal misdoen
jijzult misdoen
hijzal misdoen
wijzullen misdoen
julliezullen misdoen
zijzullen misdoen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal misdod hebben
jijzult misdod hebben
hijzal misdod hebben
wijzullen misdod hebben
julliezullen misdod hebben
zijzullen misdod hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou misdoen
jijzou misdoen
hijzou misdoen
wijzouden misdoen
julliezouden misdoen
zijzouden misdoen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou misdod hebben
jijzou misdod hebben
hijzou misdod hebben
wijzouden misdod hebben
julliezouden misdod hebben
zijzouden misdod hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmisdo

Translations

  • offend, to transgress or violate a law or moral requirement
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch misdoen. Equivalent to mis- + doen.

    Verbs referencing "misdoen"

    English misdo.

    Additional Information