Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: liefhebben
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: liefhebbend
Past participle - Verleden deelwoord: liefgehad
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | heb lief |
| jij | hebt lief |
| hij | heeft lief |
| wij | hebben lief |
| jullie | hebben lief |
| zij | hebben lief |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb liefgehad |
| jij | hebt liefgehad |
| hij | heeft liefgehad |
| wij | hebben liefgehad |
| jullie | hebben liefgehad |
| zij | hebben liefgehad |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | had lief |
| jij | had lief |
| hij | had lief |
| wij | hadden lief |
| jullie | hadden lief |
| zij | hadden lief |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had liefgehad |
| jij | had liefgehad |
| hij | had liefgehad |
| wij | hadden liefgehad |
| jullie | hadden liefgehad |
| zij | hadden liefgehad |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal liefhebben |
| jij | zult liefhebben |
| hij | zal liefhebben |
| wij | zullen liefhebben |
| jullie | zullen liefhebben |
| zij | zullen liefhebben |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal liefgehad hebben |
| jij | zult liefgehad hebben |
| hij | zal liefgehad hebben |
| wij | zullen liefgehad hebben |
| jullie | zullen liefgehad hebben |
| zij | zullen liefgehad hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou liefhebben |
| jij | zou liefhebben |
| hij | zou liefhebben |
| wij | zouden liefhebben |
| jullie | zouden liefhebben |
| zij | zouden liefhebben |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou liefgehad hebben |
| jij | zou liefgehad hebben |
| hij | zou liefgehad hebben |
| wij | zouden liefgehad hebben |
| jullie | zouden liefgehad hebben |
| zij | zouden liefgehad hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs similar to 'liefhebben'
liefhebberen,
giechelen,
hebben,
liefkozen,
afheien,
aftobben,
beheren,
cijferen,
clicheren,
dieselen,
Translations
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
[...] wal liet gaan, hij wel water vinden en mij brengen zou. Ik vroeg hem waarom hij gaan en niet liever in de boot blijven wilde. Hij antwoordde mij met eene genegenheid, die mij hem voor altijd deed liefhebben: " Als de wildemans komen, zij mij eten en gij heengaan. "
(Robinson Crusoe)
-
[...] antwoordde wel te willen gaan als ik mede ging. " Ik ! " zeide ik; " wel zij zouden mij opeten als ik daar kwam."—"Neen, neen, " zeide hij, " ik zal maken dat zij u niet eten, maken, dat zij u veel liefhebben. " Hij zou hun zeggen, voegde hij er bij, hoe ik zijne vijanden gedood en hem het leven gered had, en zoo zou hij maken dat zij mij liefhadden. Daarop verhaalde hij mij zoo goed hij kon, hoe [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] maken dat zij u niet eten, maken, dat zij u veel liefhebben. " Hij zou hun zeggen, voegde hij er bij, hoe ik zijne vijanden gedood en hem het leven gered had, en zoo zou hij maken dat zij mij liefhadden. Daarop verhaalde hij mij zoo goed hij kon, hoe welgezind zij waren jegens die zeventien blanken of gebaarde mannen, gelijk hij ze noemde, die daar op het strand schipbreuk hadden geleden. Ik moet [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch liefhebben, equivalent to lief + hebben. Cognate with Low German leefhebben, German liebhaben. See: Low Saxon 'leefhebben', German, old spelling '
liebhaben'.
Verbs referencing "liefhebben"
German, old spelling
lieb haben, Afrikaans
liefhê, Frisian, Saterlandic ljoof häbe.
Additional Information