inpalmen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of inpalmen

The word "inpalmen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: inpalmen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: inpalmend
Past participle - Verleden deelwoord: ingepalmd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikpalm in
jijpalmt in
hijpalmt in
wijpalmen in
julliepalmen in
zijpalmen in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingepalmd
jijhebt ingepalmd
hijheeft ingepalmd
wijhebben ingepalmd
julliehebben ingepalmd
zijhebben ingepalmd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikpalmde in
jijpalmde in
hijpalmde in
wijpalmden in
julliepalmden in
zijpalmden in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingepalmd
jijhad ingepalmd
hijhad ingepalmd
wijhadden ingepalmd
julliehadden ingepalmd
zijhadden ingepalmd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal inpalmen
jijzult inpalmen
hijzal inpalmen
wijzullen inpalmen
julliezullen inpalmen
zijzullen inpalmen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingepalmd hebben
jijzult ingepalmd hebben
hijzal ingepalmd hebben
wijzullen ingepalmd hebben
julliezullen ingepalmd hebben
zijzullen ingepalmd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou inpalmen
jijzou inpalmen
hijzou inpalmen
wijzouden inpalmen
julliezouden inpalmen
zijzouden inpalmen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingepalmd hebben
jijzou ingepalmd hebben
hijzou ingepalmd hebben
wijzouden ingepalmd hebben
julliezouden ingepalmd hebben
zijzouden ingepalmd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijpalm in

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From in + palm + -en, i.e., to get into the palm of one's hand.

Additional Information