inademen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of inademen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: inademen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: inademend
Past participle - Verleden deelwoord: ingeademd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikadem in
jijademt in
hijademt in
wijademen in
jullieademen in
zijademen in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingeademd
jijhebt ingeademd
hijheeft ingeademd
wijhebben ingeademd
julliehebben ingeademd
zijhebben ingeademd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikademde in
jijademde in
hijademde in
wijademden in
jullieademden in
zijademden in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingeademd
jijhad ingeademd
hijhad ingeademd
wijhadden ingeademd
julliehadden ingeademd
zijhadden ingeademd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal inademen
jijzult inademen
hijzal inademen
wijzullen inademen
julliezullen inademen
zijzullen inademen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingeademd hebben
jijzult ingeademd hebben
hijzal ingeademd hebben
wijzullen ingeademd hebben
julliezullen ingeademd hebben
zijzullen ingeademd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou inademen
jijzou inademen
hijzou inademen
wijzouden inademen
julliezouden inademen
zijzouden inademen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingeademd hebben
jijzou ingeademd hebben
hijzou ingeademd hebben
wijzouden ingeademd hebben
julliezouden ingeademd hebben
zijzouden ingeademd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijadem in

Translations

  • breathe, to draw into lungs
  • inhale, to draw air into the lungs
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    ruiken
    opsnuiven

    Sample Sentences

    Etymology

    From in (“in”) + ademen (“to breathe”).

    Additional Information