dreigen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of dreigen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: dreigen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dreigend
Past participle - Verleden deelwoord: gedreigd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdreig
jijdreigt
hijdreigt
wijdreigen
julliedreigen
zijdreigen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedreigd
jijhebt gedreigd
hijheeft gedreigd
wijhebben gedreigd
julliehebben gedreigd
zijhebben gedreigd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdreigde
jijdreigde
hijdreigde
wijdreigden
julliedreigden
zijdreigden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedreigd
jijhad gedreigd
hijhad gedreigd
wijhadden gedreigd
julliehadden gedreigd
zijhadden gedreigd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal dreigen
jijzult dreigen
hijzal dreigen
wijzullen dreigen
julliezullen dreigen
zijzullen dreigen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedreigd hebben
jijzult gedreigd hebben
hijzal gedreigd hebben
wijzullen gedreigd hebben
julliezullen gedreigd hebben
zijzullen gedreigd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou dreigen
jijzou dreigen
hijzou dreigen
wijzouden dreigen
julliezouden dreigen
zijzouden dreigen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedreigd hebben
jijzou gedreigd hebben
hijzou gedreigd hebben
wijzouden gedreigd hebben
julliezouden gedreigd hebben
zijzouden gedreigd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdreig

Translations

  • threaten, to make a threat against someone; to use threats
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] van mijne gepeinzen te dier gelegenheid, mag ik niet onvermeld laten; namelijk, op een morgen vroeg toen ik te bed lag, vol gedachten over het gevaar, dat mij van het verschijnen van wilden dreigde, was ik zeer bedrukt, waarop mij de woorden der Heilige Schrift invielen: " Roep Mij aan in den dag der benaauwing, en Ik zal u verlossen en gij zult Mij verheerlijken. " Hierop stapte ik welgemoed [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] maar stond te beven van afschuw, daar ik ieder oogenblik verwachtte, dat de gevangenen vermoord zouden worden; en zelfs zag ik, dat een der schurken zijn sabel ophief, om een der gevangenen te dreigen, en ik verwachtte ieder oogenblik, hem te zien toeslaan, bij welk gezigt mij het bloed in de aderen verstijfde. Ik wenschte thans hartelijk, dat de Spanjaard en de oude wilde, die met hem vertrokken [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch dreigen, from Old Dutch *threigen, of unclear origin. According to Pokorny, related to Proto-Germanic *þrinhwaną (“to force, push”). See: Middle Dutch 'dreigen', Proto-Germanic '*þrinhwaną'.

    Verbs referencing "dreigen"

    Old Saxon thregian.

    Additional Information