ankeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ankeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ankeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ankerend
Past participle - Verleden deelwoord: geankerd

Cognates

See the 2 cognates of ankeren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikanker
jijankert
hijankert
wijankeren
jullieankeren
zijankeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geankerd
jijhebt geankerd
hijheeft geankerd
wijhebben geankerd
julliehebben geankerd
zijhebben geankerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikankerde
jijankerde
hijankerde
wijankerden
jullieankerden
zijankerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geankerd
jijhad geankerd
hijhad geankerd
wijhadden geankerd
julliehadden geankerd
zijhadden geankerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ankeren
jijzult ankeren
hijzal ankeren
wijzullen ankeren
julliezullen ankeren
zijzullen ankeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geankerd hebben
jijzult geankerd hebben
hijzal geankerd hebben
wijzullen geankerd hebben
julliezullen geankerd hebben
zijzullen geankerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ankeren
jijzou ankeren
hijzou ankeren
wijzouden ankeren
julliezouden ankeren
zijzouden ankeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geankerd hebben
jijzou geankerd hebben
hijzou geankerd hebben
wijzouden geankerd hebben
julliezouden geankerd hebben
zijzouden geankerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijanker

Translations

  • anchor, to hold an object to a fixed point
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Den zesden dag onzer reis kwamen wij op de reede van Yarmouth, daar de tegenwinden en windstilten ons niet veel hadden doen vorderen, sedert den storm. Wij waren verpligt op deze reede te ankeren, omdat de wind voor ons ongunstig was, dat wil zeggen, dat hij Z.W. bleef, gedurende zeven of acht dagen. Verscheidene groote schepen van New-Castle bleven daar om dezelfde reden als wij liggen. De [...] (Robinson Crusoe)
    • De angst en vrees van weder in de handen der Mooren te vallen, weerhield mij aan land te gaan of te ankeren, ik bleef vijf dagen lang met denzelfden wind voortzeilen; daar toen de wind zuidelijk liep, besloot ik, dat, zoo men mij nagejaagd had, de Mooren nu ook de jagt moesten opgeven. Dus ankerde [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ankeren, ik bleef vijf dagen lang met denzelfden wind voortzeilen; daar toen de wind zuidelijk liep, besloot ik, dat, zoo men mij nagejaagd had, de Mooren nu ook de jagt moesten opgeven. Dus ankerde ik in den mond van een riviertje, ik weet niet op wat hoogte, noch in welk land of bij wat volk. Ik zag niemand, waar ik ook niet naar verlangde; zoet water was het voornaamste wat ik noodig had. [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ik er uitzag. Ik zal dus hierover in het vervolg zwijgen. Aldus uitgerust ging ik op reis, en bleef vijf of zes dagen uit. Ik trok eerst het strand langs, regt naar de plaats waar ik met mijne boot geankerd had, om op de klippen te klimmen, en daar ik nu voor geene boot behoefde te zorgen, ging ik over land een nader weg, naar dezelfde hoogte waarop ik vroeger geweest was, toen ik naar het rif uitzag, [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From anker + -en.

    Verbs referencing "ankeren"

    Swedish ankra.

    Additional Information