aftaaien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aftaaien

The word "aftaaien" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aftaaien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aftaaiend
Past participle - Verleden deelwoord: afgetaaid

Cognates

See the 2 cognates of aftaaien

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktaai af
jijtaait af
hijtaait af
wijtaaien af
jullietaaien af
zijtaaien af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgetaaid
jijhebt afgetaaid
hijheeft afgetaaid
wijhebben afgetaaid
julliehebben afgetaaid
zijhebben afgetaaid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktaaide af
jijtaaide af
hijtaaide af
wijtaaiden af
jullietaaiden af
zijtaaiden af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgetaaid
jijhad afgetaaid
hijhad afgetaaid
wijhadden afgetaaid
julliehadden afgetaaid
zijhadden afgetaaid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aftaaien
jijzult aftaaien
hijzal aftaaien
wijzullen aftaaien
julliezullen aftaaien
zijzullen aftaaien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgetaaid hebben
jijzult afgetaaid hebben
hijzal afgetaaid hebben
wijzullen afgetaaid hebben
julliezullen afgetaaid hebben
zijzullen afgetaaid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aftaaien
jijzou aftaaien
hijzou aftaaien
wijzouden aftaaien
julliezouden aftaaien
zijzouden aftaaien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgetaaid hebben
jijzou afgetaaid hebben
hijzou afgetaaid hebben
wijzouden afgetaaid hebben
julliezouden afgetaaid hebben
zijzouden afgetaaid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtaai af

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Unknown. May be from nautical jargon borrowed from English tie up or tie off. See: English 'tie up'.

Additional Information