afknagen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afknagen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afknagen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afknagend
Past participle - Verleden deelwoord: afgeknagd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikknag af
jijknagt af
hijknagt af
wijknagen af
jullieknagen af
zijknagen af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgeknagd
jijhebt afgeknagd
hijheeft afgeknagd
wijhebben afgeknagd
julliehebben afgeknagd
zijhebben afgeknagd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikknagde af
jijknagde af
hijknagde af
wijknagden af
jullieknagden af
zijknagden af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgeknagd
jijhad afgeknagd
hijhad afgeknagd
wijhadden afgeknagd
julliehadden afgeknagd
zijhadden afgeknagd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afknagen
jijzult afknagen
hijzal afknagen
wijzullen afknagen
julliezullen afknagen
zijzullen afknagen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgeknagd hebben
jijzult afgeknagd hebben
hijzal afgeknagd hebben
wijzullen afgeknagd hebben
julliezullen afgeknagd hebben
zijzullen afgeknagd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afknagen
jijzou afknagen
hijzou afknagen
wijzouden afknagen
julliezouden afknagen
zijzouden afknagen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgeknagd hebben
jijzou afgeknagd hebben
hijzou afgeknagd hebben
wijzouden afgeknagd hebben
julliezouden afgeknagd hebben
zijzouden afgeknagd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijknag af

Translations

  • whittle, reduce or gradually eliminate something
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] hoe ik dan als een wilde had moeten leven, en zoo ik bij toeval mij van een geit of een visch meester had gemaakt, hoe ik die niet had kunnen afhalen, maar met mijne tanden het vleesch van de beenen afknagen en als een beest vaneen scheuren. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    Additional Information