aanwijzen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aanwijzen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aanwijzen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aanwijzend
Past participle - Verleden deelwoord: aangewezen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwijs aan
jijwijst aan
hijwijst aan
wijwijzen aan
julliewijzen aan
zijwijzen aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangewezen
jijhebt aangewezen
hijheeft aangewezen
wijhebben aangewezen
julliehebben aangewezen
zijhebben aangewezen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwees aan
jijwees aan
hijwees aan
wijwezen aan
julliewezen aan
zijwezen aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangewezen
jijhad aangewezen
hijhad aangewezen
wijhadden aangewezen
julliehadden aangewezen
zijhadden aangewezen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aanwijzen
jijzult aanwijzen
hijzal aanwijzen
wijzullen aanwijzen
julliezullen aanwijzen
zijzullen aanwijzen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangewezen hebben
jijzult aangewezen hebben
hijzal aangewezen hebben
wijzullen aangewezen hebben
julliezullen aangewezen hebben
zijzullen aangewezen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aanwijzen
jijzou aanwijzen
hijzou aanwijzen
wijzouden aanwijzen
julliezouden aanwijzen
zijzouden aanwijzen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangewezen hebben
jijzou aangewezen hebben
hijzou aangewezen hebben
wijzouden aangewezen hebben
julliezouden aangewezen hebben
zijzouden aangewezen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwijs aan

Translations

  • finger, to identify or point out
  • indicate, to point out; to discover; to direct to a knowledge of; to show; to make known
  • usher, to guide people to their seats
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanduiden
    aangeven, tonen, uitduiden, wijzen

    Sample Sentences

    • [...] bloeddorst had genezen; smeekte om zijne bescherming, dat ik niet in hunne handen mogt vallen, of de hand aan hen slaan, ten ware de Hemel mij dit duidelijk en ter verdediging van mijn eigen leven aanwees. (Robinson Crusoe)
    • [...] bij mij het geval. Deze gedachten kwamen mij zoo levendig voor den geest, terwijl ik op weg naar hen toe was, dat ik besloot in hunne nabijheid post te vatten, en dan te handelen zoo als God mij zou aanwijzen; maar zoo ik geen duidelijker roeping dan thans ontving, mij niet met hen in te laten. (Robinson Crusoe)
    • [...] pad liep. Ik verhaalde hem, dat dit mijn kasteel en residentie was; maar dat ik, gelijk de meeste vorsten een landverblijf had, waar ik nu en dan heentrok, en dat ik hem bij gelegenheid zou aanwijzen, maar thans was het zaak te bedenken hoe wij ons weder van het schip zouden meester maken. Hij stemde zulks toe, maar bekende, dat hij volstrekt niet wist wat maatregelen te nemen, want dat er nog [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch aenwisen. Equivalent to aan + wijzen.

    Additional Information