Noun: ulk
Gender: Masculine
Hyphenation:
Sample Sentences
-
Maar de Kampenaars spreken niet meer van ulk, en bunsink zeggen ze ook niet, nee, ze duiden het beest met een kruisingsproduct van die beide namen aan: een bulsik! [1948, Herman Lambertus Bezoen, Taal en volk van Twente, section 16:]
-
Jagen op deze roofdieren viel niet onder stroperij, want ulken waren zelf stropers, die het vooral gemunt hadden op de kippen van de keuterboertjes. [1972, G. J. van Roekel, De Gelderse Achterhoek in de negentiende eeuw: Heren en boeren, ambachtslieden en dagloners, stropers en huttemannen, section 107:]
-
Vergeleken daarmee was de otter, al net zo door iedereen gehaat als zijn neefje de ulk, bepaald minder opvallend, want egaler van kleur, en met een minder sprekende snuit. [2009, Maarten t' Hart, Het psalmenoproer:]
-
Hier nam het lot de gedaante van een ulk aan. [2012, A. L. Snijders, Ik leef aan de rand van de wereld:]
Nouns inflected like ulk
motiveering,
Duitse herdershond,
urilift,
vervolmaking,
elektrische spanning,
ovenfriet,
winteravond,
weervrouw,
besteding,
bloemenveiling,
vertakking,
tintinofiel,
synaps,
olieraffinaderij,
vliegtuigkaping,
sawaslang,
verzetting,
afrondfout,
druivenoogst,
wintermaand, etc. (List truncated at 20 nouns)
Etymology
Related to Low German Ilk, German Iltis, of uncertain origin. Possibly from el- (“reddish, brownish”) + a word for "stench" found in wezel (“weasel”); or, possibly from ellende (“strangeness, misery”) + the suffix -iso, -wiso, meaning "strange being." Also compare Old English el- (“strange, else, other”). See: German Nouns '
Iltis'.
Translations