Noun: laag
Gender: Feminine
Hyphenation:
Sample Sentences
-
Ze schilderde meerdere lagen om de kleur te verdiepen. (She painted several layers to deepen the color.)
-
De cake had vijf lagen met verschillende smaken. (The cake had five layers of different flavors.)
-
Een dun laagje ijs bedekte de vijver. (A thin layer of ice covered the pond.)
-
De maatschappelijke lagen zijn duidelijk zichtbaar in deze stad. (The societal strata are clearly visible in this city.)
-
Hij behoort tot de bovenste laag van de samenleving. (He belongs to the upper class of society.)
-
De middenlaag is de ruggengraat van de economie. (The middle stratum is the backbone of the economy.)
Nouns inflected like laag
boekmaag,
ozonlaag,
nederlaag,
windvlaag,
aanvraag,
overwinningsnederlaag,
schraag,
grenslaag,
aardlaag,
strikvraag,
kiemlaag,
navraag,
meerkeuzevraag,
deelvraag,
verkiezingsnederlaag,
hinderlaag,
bontkraag,
schuimkraag,
woonlaag,
kwartslaag, etc. (List truncated at 20 nouns)
Etymology
From Middle Dutch lâge, from Old Dutch *lāga, from Proto-Germanic *lēgō, derived with ablaut from the stem of *ligjaną (“to lie, rest on”).
Verbs referencing "laag"
English Nouns
low.
Translations