zeele – Hunsrik verb conjugation

Hunsrik verb forms of zeele

Infinitive

zeele
/ˈ͡tseːlə/

Participle

gezeeld
Verb with object in accusative.

Present

ichzeele
duzeelst
er;sie;das;mazeeld
meerzeele
deerzeeld
siezeele

Past

ichhon gezeeld
duhost gezeeld
er;sie;das;mahod gezeeld
meerhon gezeeld
deerhod gezeeld
siehon gezeeld

Conditional

Imperative

2nd sing.zeel
2nd plur.zeeld

Related Verbs

Etymology

← gmf zellen, zelen ← gmc zellan ← gmw *taljan ← pgm *taljaną