Noun: persoonsdag
Gender: Masculine
Hyphenation:
| Sg. | persoonsdag |
| Pl. | persoonsdaggen |
Sample Sentences
-
Voor de bouw van het nieuwe gebouw zijn er in totaal 500 persoonsdagen nodig. (The construction of the new building requires a total of 500 man-days.)
-
Het project zal naar verwachting 2000 persoonsdagen aan arbeid vergen. (The project is expected to require 2000 man-days of work.)
-
Een ervaren bouwteam kan het werk in minder persoonsdagen voltooien. (An experienced construction team can complete the work in fewer man-days.)
Nouns inflected like persoonsdag
boogbrug,
bergrug,
sneeuwmug,
aanvalsvlag,
topoverleg,
doodskopvlag,
persoonsdag,
open rug,
bultrug,
luchtbrug,
spoorbrug,
regenboogvlag,
scheepslog,
peppelvlag,
ophaalbrug,
zilverrug,
vakwerkbrug,
fietsbrug,
leeuwenvlag,
heuvelrug, etc. (List truncated at 20 nouns)
Etymology
Neologism. A gender-neutral adaptation of mandag.
Translations