kobold – Dutch noun declension

Dutch noun forms of kobold

Noun: kobold
Gender: Masculine Hyphenation:
Sg.kobold
Pl.kobolden

Sample Sentences

  • 1789, Justus Christiaan Hennings (= Justus Christian Hennings), Onzydige en beproefde gedagten, over de leer aangaande geesten en geesten-zieners, vol. 3, tr. from German, Arend Fokke Simonszoon (publ.), page 324.
  • Ik kan my heel wél te binnen brengen, dat deze perzoonen, naderhand, veel geruster en veiliger hebben huisgehouden, toen het eens was beslist, dat Spooken en Kobolden by hen niet wierden aangenomen. ((please add an English translation of this quotation))
  • Het volk in de nabijheid der hooge bergmeren gelooft nog aan allerlei kobolden, elfen, nikkers, water- en berggeesten. [1873, R. R. Rijkens, De reiziger. Aardrijkskundige beschrijvingen en schilderingen. Leesboek voor de hoogste klasse der lagereschool, 3rd revised edition, J. B. Wolters, page 94:]

Etymology

18th century. Borrowed from German Kobold. Doublet with kabouter. See: German Nouns 'Kobold'.

Translations