kern – Dutch noun declension

Dutch noun forms of kern

Noun: kern
Gender: Feminine Hyphenation:
Sg.kern
Pl.kernen

Sample Sentences

  • 1976, "Het eindexamen wiskunde II 1976", in Euclides. Maandblad voor de didactiek van de wiskunde. Orgaan van de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren, vol. 52, issue 7, Wolters-Noordhoff, 274. (To be demonstrated: a k exists for which the image space and kernel of Aₖ coincide.)
  • 2005, Centrum voor Wiskunde en Informatica, Vakantiecursus 2005. De schijf van vijf, 55.
  • Hij kijkt dus of het ontvangen woord in de kern van de matrix zit. (Therefore he checks whether the received word is contained in the matrix's kernel.)

Etymology

From Middle Dutch kerne, from Old Dutch *kerno, from Proto-Germanic *kernô, from Proto-Indo-European *ǵerh₂-n-on-, *ǵr̥h₂nóm, related to *kurną (“corn, grain”).

Verbs referencing "kern"

English Nouns kern, Swedish Nouns kärna.

Translations