hemel – Dutch noun declension

Dutch noun forms of hemel

Noun: hemel
Gender: Masculine Hyphenation:
Sg.hemel
Pl.hemelen; hemels

Sample Sentences

  • De hemel was helder en vol sterren. (The sky was clear and full of stars.)
  • Er is geen wolkje aan de hemel. (There isn't a cloud in the sky.)
  • Veel mensen geloven dat goede zielen naar de hemel gaan. (Many people believe that good souls go to heaven.)
  • Hij gelooft dat zijn grootouders nu in de hemel zijn. (He believes his grandparents are now in heaven.)
  • En jij gelooft in God, dus jij gaat naar de hemel.
  • En ik geloof in niks, dus we komen elkaar na de dood, na de dood, nooit meer tegen. (And you believe in God, so you will go to heaven.
  • And I believe in nothing, so after death, after death, we shall never meet again.) [1991, Stef Bos, “Papa”:]

Etymology

From Middle Dutch hēmel, from Old Dutch himil, from Proto-West Germanic *himil.

Verbs referencing "hemel"

English Nouns heaven, English Nouns hemmel, English Nouns hammercloth, Latvian Nouns kamanas.

Translations