gebruik – Dutch noun declension

Dutch noun forms of gebruik

Noun: gebruik
Gender: Neuter Hyphenation:
Sg.gebruik
Pl.gebruiken

Sample Sentences

  • in gebruik nemen (to put into use)
  • Het gebruik van het schudden van handen is een veelvoorkomende gewoonte in veel culturen. (The custom of shaking hands is a common practice in many cultures.)

Etymology

From Middle Dutch gebruuc. Equivalent to a deverbal from gebruiken.

Verbs referencing "gebruik"

German Nouns Gebrauch.

Translations