Noun: bed
Gender: Neuter
Hyphenation:
Sample Sentences
-
Ze kocht een nieuw bed voor haar nieuwe appartement. (She bought a new bed for her new apartment.)
-
Ik wil vroeg naar bed gaan vanavond. (I want to go to bed early tonight.)
-
Dit bed is zo comfortabel dat ik er de hele dag in zou kunnen blijven. (This bed is so comfortable, I could stay in it all day.)
-
Op een gegeven ogenblik stieten ze op een uitgedroogde beekbedding; het bed van de beek was naakte lava. [1950, Willy van der Heide, Drie jongens op een onbewoond eiland, Stenvert:]
Nouns inflected like bed
zeedonderpad,
moerasschildpad,
tweepersoonsbed,
kraambed,
zeebed,
donderpad,
jaargetij,
Europese moerasschildpad,
bruidsbed,
ziekbed,
stapelbed,
pissebed,
zeeschildpad,
waterbed,
verlosbed,
revolutionairenveldbed,
hemelbed,
bloembed,
sterfbed,
rugstreeppad, etc. (List truncated at 20 nouns)
Etymology
From Middle Dutch bedde, from Old Dutch bedde, from Proto-West Germanic *badi, from Proto-Germanic *badją.
Verbs referencing "bed"
English Nouns
bed, German Nouns
Bett, Gothic Nouns
𐌱𐌰𐌳𐌹.
Translations