Adjective: wassen
Indefinite Forms
| masc. & fem. | wassen |
| neuter | wassen |
Sample Sentences
-
De wassen kaarsen hebben een aangename geur. (The wax candles have a pleasant scent.)
-
De wassen vloer glansde in het zonlicht. (The waxen floor glistened in the sunlight.)
Adjectives inflected like wassen
inbegrepen,
senang,
onaangesproken,
bestorven,
single,
bedoven,
benigne,
bezopen,
granieten,
smaragden,
amethisten,
veertiende,
veertigste,
lichaamseigen,
badstof,
apatride,
zinken,
zijden,
Groninger,
blikken, etc. (List truncated at 20 adjectives)
Etymology
From was + -en.
Translations