onbezonnen – Dutch adjective declension

Dutch adjective forms of onbezonnen

Adjective: onbezonnen

Indefinite Forms

masc. & fem.onbezonnen
neuteronbezonnen

Comparison Forms

Positiveonbezonnen
Comparativeonbezonnener
Superlativeonbezonnenste

Sample Sentences

  • ... Ik wou dat ik wat onbezonnener was. Wat meer van: 'Ach joh, gewoon doen en we zien het allemaal wel.' ... https://web.archive.org/web/20090928111151/http://www.rozig.com/archives/archive_2007-m04.php
  • Wat een onbezonnen idee cola in de baby zijn papfles te doen! (How could you put coke in the baby's drinking bottle?!)

Etymology

From on- + bezonnen (past participle of bezinnen).

Translations