Adjective: lijfeigen
Indefinite Forms
| masc. & fem. | lijfeigen |
| neuter | lijfeigen |
Comparison Forms
| Positive | lijfeigen |
| Comparative | lijfeigener |
| Superlative | lijfeigenste |
Sample Sentences
Adjectives inflected like lijfeigen
benepen,
beraden,
belegen,
belezen,
bezeten,
gedwongen,
onervaren,
rechtschapen,
onbezonnen,
lijfeigen,
leeftijdgebonden,
gedegen,
genegen,
geladen,
gelegen,
overspannen,
volslagen,
geslachtsgebonden,
onverholen,
dronken, etc. (List truncated at 20 adjectives)
Etymology
From lijf (“body”) + eigen (“own, self”).
Translations