leeftijdsgebonden – Dutch adjective declension

Dutch adjective forms of leeftijdsgebonden

Adjective: leeftijdsgebonden

Indefinite Forms

masc. & fem.leeftijdsgebonden
neuterleeftijdsgebonden

Comparison Forms

Positiveleeftijdsgebonden
Comparativeleeftijdsgebondener
Superlativeleeftijdsgebondenste

Sample Sentences

Adjectives inflected like leeftijdsgebonden

benepen, beraden, belegen, belezen, bezeten, gedwongen, onervaren, rechtschapen, onbezonnen, lijfeigen, leeftijdgebonden, gedegen, genegen, geladen, gelegen, overspannen, volslagen, geslachtsgebonden, onverholen, dronken, etc. (List truncated at 20 adjectives)

Etymology

Compound of leeftijd + -s- + gebonden.

Translations