leen – Afrikaans verb conjugation

Afrikaans verb forms of leen

Inflected Forms

Infinitiveleen
Presentleen
Pasthet geleen
Futuresal leen
Conditionalsou leen
Imperativeleen
Present participleleenend
Past participlegeleen

Note!

  • Verbs don't inflect in person or number.
  • The past tense is formed with auxiliary 'het' with all verbs except wees and hê.

Verbs conjugated like leen

aandoen, aandui, aangee, aangry, aanhaal, aanhou, aankom, aankweek, aanmoedig, aanneem, aanpak, aanpas, aanraai, aansien, aansit, aanskakel, aansluit, aansteek, aanstel, aantas, etc. (List truncated at 20 verbs)

Translations

Etymology

Cognates

-

Sample Sentences