eet – Afrikaans verb conjugation

Afrikaans verb forms of eet

Inflected Forms

Infinitiveeet
Presenteet
Pasthet geeet
Futuresal eet
Conditionalsou eet
Imperativeeet
Present participleeetend
Past participlegeeet

Note!

  • Verbs don't inflect in person or number.
  • The past tense is formed with auxiliary 'het' with all verbs except wees and hê.

Verbs conjugated like eet

aandoen, aandui, aangee, aangry, aanhaal, aanhou, aankom, aankweek, aanmoedig, aanneem, aanpak, aanpas, aanraai, aansien, aansit, aanskakel, aansluit, aansteek, aanstel, aantas, etc. (List truncated at 20 verbs)

Translations

Etymology

From Dutch eten. See: Dutch 'eten'.

Cognates

-

Sample Sentences