Toggle Menu
Your continued donations keep Verbix running!

Languages: Dutch : zwemmen

Verb conjugation in Windows:

Infinitive: zwemmen

Present participle: zwemmend
Past participle: gezwommen

Indicative Conditional

Present
ik     zwem
jij    zwemt
hij    zwemt
wij    zwemmen
jullie zwemmen
zij    zwemmen

Present Perfect
ik     heb gezwommen
jij    hebt gezwommen
hij    heeft gezwommen
wij    hebben gezwommen
jullie hebben gezwommen
zij    hebben gezwommen


Past

ik     zwom
jij    zwom
hij    zwom
wij    zwommen
jullie zwommen
zij    zwommen


Past Perfect

ik     had gezwommen
jij    had gezwommen
hij    had gezwommen
wij    hadden gezwommen
jullie hadden gezwommen
zij    hadden gezwommen


Future

ik     zal zwemmen
jij    zult zwemmen
hij    zal zwemmen
wij    zullen zwemmen
jullie zullen zwemmen
zij    zullen zwemmen


Future Perfect

ik     zal gezwommen hebben
jij    zult gezwommen hebben
hij    zal gezwommen hebben
wij    zullen gezwommen hebben
jullie zullen gezwommen hebben
zij    zullen gezwommen hebben

Present
ik     zou zwemmen
jij    zou zwemmen
hij    zou zwemmen
wij    zouden zwemmen
jullie zouden zwemmen
zij    zouden zwemmen

 

Perfect
ik     zou gezwommen hebben
jij    zou gezwommen hebben
hij    zou gezwommen hebben
wij    zouden gezwommen hebben
jullie zouden gezwommen hebben
zij    zouden gezwommen hebben

Imperative


jij    zwem





!


Verbs conjugated like zwemmen

aantreffen, aantrekken, aanzwellen, aftrekken, betreffen, betrekken, intrekken, overtreffen, treffen, trekken, uittrekken, vertrekken, voltrekken, voortrekken, zwellen, zwemmen,


. Conjugations based on Verbix for Windows

Discover more verb related information in WikiVerb. Also see the Dutch language page there.
Content updated
© Verbix 1995-2010. http://www.verbix.com