Dutch: lijken

Dutch verb 'lijken' conjugated in all tenses

Bookmark and Share

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: lijken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: lijkend
Past participle - Verleden deelwoord: geleken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklijk
jijlijkt
hijlijkt
wijlijken
jullielijken
zijlijken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geleken
jijhebt geleken
hijheeft geleken
wijhebben geleken
julliehebben geleken
zijhebben geleken

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikleek
jijleek
hijleek
wijleken
jullieleken
zijleken

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geleken
jijhad geleken
hijhad geleken
wijhadden geleken
julliehadden geleken
zijhadden geleken

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal lijken
jijzult lijken
hijzal lijken
wijzullen lijken
julliezullen lijken
zijzullen lijken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geleken hebben
jijzult geleken hebben
hijzal geleken hebben
wijzullen geleken hebben
julliezullen geleken hebben
zijzullen geleken hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou lijken
jijzou lijken
hijzou lijken
wijzouden lijken
julliezouden lijken
zijzouden lijken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geleken hebben
jijzou geleken hebben
hijzou geleken hebben
wijzouden geleken hebben
julliezouden geleken hebben
zijzouden geleken hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlijk


!

Translations

Dutch verb "lijken"

To appear

To appear, to seem

To seem; to have a certain semblance; to look

3 translations found.

Additional Information